Het begon allemaal met een eenvoudig idee.
Milan en David hadden een fiets gevonden in de kringloopwinkel. De fiets zag er oud uit. Het zadel was een beetje kapot, de ketting was roestig en het achterlicht deed het niet meer. Toch vonden ze hem geweldig.
"Zullen we hem kopen?" vroeg Milan enthousiast.
"Ja, natuurlijk!" antwoordde David.
Van hun zakgeld kochten ze de fiets en namen hem mee naar huis. Daar begonnen ze meteen met sleutelen. Eerst haalden ze het achterlicht eraf. Daarna wilden ze de dynamo losmaken, maar die zat muurvast.
"Waarom gaat dit ding niet los?" vroeg David.
Milan trok zo hard dat hij bijna achterover viel. Toen schoot de dynamo ineens los en belandde hij in een struik. David moest hard lachen.
Maar dat was nog niet alles. De ketting viel eraf, een band liep leeg en ze waren ook nog een schroef kwijtgeraakt. Ze zochten overal, totdat ze ontdekten dat de schroef in Davids broekzak zat.
Na een tijdje kregen ze een geweldig idee.
"Wat als we een motor op de fiets zetten?" zei Milan.
Davids ogen werden groot.
"Dan wordt het een supersnelle fiets!"
Ze renden naar de computer en zochten naar een kleine motor voor op een fiets. Toen ze er eentje hadden gevonden, bestelden ze hem meteen.
De volgende dag stond er een grote doos voor de deur. David keek naar alle onderdelen.
"Dat is wel heel veel werk," zei hij.
"Geen zorgen," zei Milan. "Dat komt goed."
Samen begonnen ze te bouwen. Ze schroefden, draaiden en sleutelden urenlang. Soms ging er iets fout. Een moertje rolde onder een kast en een keer zat een onderdeel zelfs ondersteboven. Maar uiteindelijk kregen ze alles aangesloten.
Toen was het moment van de waarheid.
David ging op de fiets zitten en Milan sprong achterop.
"Ben je er klaar voor?" vroeg David.
"Geef gas!" riep Milan.
David draaide voorzichtig aan de gashendel.
Brrrrmmm!
De motor begon te brommen en de fiets schoot vooruit. Eerst reden ze door de straat, maar toen gebeurde er iets heel bijzonders. De fiets begon steeds sneller te gaan. Nog sneller. En nog sneller.
Ineens kwamen de wielen los van de grond.
"David!" riep Milan.
"Ik weet het!" riep David terug.
De fiets vloog door de lucht. Milan hield David stevig vast aan zijn schouder terwijl ze steeds hoger gingen. Onder hen zagen ze huizen, bomen en wegen die steeds kleiner werden.
"We vliegen!" schreeuwde David blij.
Ze vlogen over hun dorp heen. Mensen beneden wezen naar boven en konden hun ogen niet geloven.
"Kijk eens!" riep een man. "Een vliegende fiets!"
Milan en David zwaaiden vrolijk naar iedereen. Ze voelden zich net echte avonturiers.
Na een tijdje zagen ze een groot bos.
"Zullen we daarheen vliegen?" vroeg Milan.
"Goed idee!" zei David.
Ze stuurden de fiets richting het bos. Daar zagen ze een groep herten tussen de bomen lopen. Ook zagen ze een vos die nieuwsgierig omhoog keek.
"Wauw," zei Milan. "Dit heb ik nog nooit gezien."
Plotseling begon de motor vreemd te sputteren.
Pof! Pof! Pof!
"Uh-oh," zei David.
"Wat is er?" vroeg Milan.
"Ik denk dat de motor niet helemaal blij is."
De fiets begon langzaam hoogte te verliezen.
"We gaan toch niet neerstorten?" vroeg Milan geschrokken.
David dacht snel na.
"Misschien zit er iets los."
Voorzichtig landden ze op een open grasveld midden in het bos. Milan pakte zijn gereedschapskistje uit zijn rugzak. Ja, zelfs tijdens een vliegreis had hij gereedschap meegenomen.
"Je weet maar nooit," zei hij altijd.
Samen bekeken ze de motor. Na een paar minuten ontdekte Milan het probleem.
"Hier zit een bout los!"
Met een paar draaien van de sleutel zat alles weer stevig vast.
"Dat was makkelijk," zei David opgelucht.
Ze stapten weer op de fiets en startten de motor opnieuw.
Brrrrmmm!
Deze keer werkte alles perfect.
Ze stegen weer op en vlogen verder. Niet veel later zagen ze iets glinsteren in de verte.
"Wat is dat?" vroeg David.
Toen ze dichterbij kwamen, zagen ze een klein eiland midden in een meer. Op het eiland stond een oude hut.
"Dat ziet eruit als een geheime plek," zei Milan.
Nieuwsgierig landden ze naast de hut. De deur stond op een kier. Binnen vonden ze een oude schatkist.
"Zou daar echt een schat in zitten?" fluisterde David.
Samen openden ze de kist.
Krrrraak...
Maar in plaats van goud vonden ze iets anders. De kist zat vol met oude avonturenboeken.
"Dat is eigenlijk nog leuker!" zei Milan.
Ze bladerden door de boeken en lazen verhalen over ontdekkingsreizigers, piraten en uitvinders.
Toen de zon langzaam begon onder te gaan, besloten ze naar huis terug te vliegen.
Tijdens de terugweg kleurde de lucht oranje, roze en paars. Het was prachtig.
"Dit was de leukste dag ooit," zei David.
"En het is nog maar het begin," antwoordde Milan met een glimlach.